Het charmante havenstadje Cobh werd door Condé Nast Traveler genoemd als een van de mooiste stadjes van Europa. Slechts door een dam verbonden met het hoofdeiland, speelde het een belangrijke rol in de Ierse geschiedenis. Vanuit hier verlieten tussen 1848 en 1850 2,5 miljoen van de 6 miljoen emigranten Ierland vanwege de hongersnood. Bijna niemand keerde terug. Cobh was echter ook een haven voor de rijken: Hier meerde de Titanic voor de laatste keer af, voor zijn fatale tocht over de Atlantische oceaan. Na een bezoek van de koningin in het jaar 1849 werd Cobh hernoemd tot "Queenstown", maar in 1921 kreeg het zijn oorspronkelijke naam weer terug. Bezienswaardigheden zijn St. Colemans-kathedraal, Queenstown/Cobh Museum, Wildlife Park, botanische tuin en de golfclub.